ziet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziet

Werkwoord

vervoeging van
zien

ziet

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zien
    • Jij ziet. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zien
    • Hij ziet. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van zien
    • Ziet!