ziet
Uiterlijk
- ziet
| vervoeging van |
|---|
| zien |
ziet
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zien
- Jij ziet.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zien
- Hij ziet.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van zien
- Ziet!
- ▸ Opgeladen in 5 minuten: Van Dillen ziet dat de Chinese automerken vooral kijken naar concurrenten uit eigen land. Dat is tekenend voor de grote stappen die Chinese elektrische automerken in korte tijd hebben gezet. Zo presenteerde BYD auto's die binnen 5 minuten voor 85 procent zijn opgeladen.[1]
- ▸ 'Mijn broer ziet er nog beroerder uit dan u vandaag,' zei Teresa.[2]
- Het woord ziet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Aïda Brands“Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS - ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704