ziens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ziens
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

ziens

  1. genitief (partitief) van zien
    tot ziens!

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.