zieneres

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ne·res
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van ziener met het achtervoegsel -es.
enkelvoud meervoud
naamwoord zieneres zieneressen
verkleinwoord zieneresje zieneresjes

Zelfstandig naamwoord

zieneres v

  1. vrouwelijke vorm van ziener
Synoniemen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie