ziekenomroep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

patiënt luisterd naar de ziekenomroep
Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·om·roep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenomroep ziekenomroepen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ziekenomroep m [1]

  1. een omroepinstelling die zich richt op de patiënten van een ziekenhuis of verpleeginrichting waar deze gevestigd is
    • De ziekenomroep OZONOP uit Emmeloord, die iedere zaterdagochtend een uurtje moderne Turkse muziek ten gehore brengt, wordt nu serieus geïntimideerd en zelfs bedreigd middels een aan het raam bevestigd pamflet met de eis onmiddellijk te stoppen met de Turkse muziek.[2] 
    • Boedeltje denkt dat de huidige vorm van de ziekenomroep verdwijnt. "Het uitzenden van radio vanuit een ziekenhuis is een gepasseerd station."[3] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen