ziekenhuiskamertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·huis·ka·mer·tje

Zelfstandig naamwoord

ziekenhuiskamertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ziekenhuiskamer