ziekenauto

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·au·to
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenauto ziekenauto's
verkleinwoord ziekenautootje ziekenautootjes

Zelfstandig naamwoord

ziekenauto m

  1. (verkeer) een voertuig ingericht voor het vervoer van zieken of gewonden
    • Er stond een ziekenauto bij de buren voor de deur; er zou toch niets gebeurd zijn? 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.