ziege

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA:
    • (Etsbergs): /ˈziːɣɐ/
    • (Montforts): /ˈziːɣə/
    • (Rothenbachs): /ˈziːʒɐ/
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ziege
zeeg
gezege
klasse 1 volledig

Werkwoord

ziege

  1. zijgen