zichtbaarders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zicht·baar·ders

Bijvoeglijk naamwoord

zichtbaarders

  1. partitief van de vergrotende trap van zichtbaar
    • Dat is iets zichtbaarders...