zevenoog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ven·oog
enkelvoud meervoud
naamwoord zevenoog zevenogen
verkleinwoord zevenoogje zevenoogjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

zevenoog v/m

  1. (medisch) karbonkel, een groep samenvloeiende steenpuisten
    • Zo'n zevenoog kan flink pijn veroorzaken. 

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.