zevenenveertigjarige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ven·en·veer·tig·ja·ri·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

zevenenveertigjarige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zevenenveertigjarig
    • De vulkaan werd weer actief na een zevenenveertigjarige periode zonder uitbarstingen. 
Schrijfwijzen
enkelvoud meervoud
naamwoord zevenenveertigjarige zevenenveertigjarigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zevenenveertigjarige m / v

  1. levend wezen dat 47 jaar oud is of iets dat 47 jaar bestaat
    • De zevenenveertigjarige heeft zijn vijf jaar jongere echtgenote tijdens zijn studie in Deventer leren kennen. 
Schrijfwijzen

Gangbaarheid