zetelwinst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·tel·winst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zetelwinst zetelwinsten
verkleinwoord zetelwinstje zetelwinstjes

Zelfstandig naamwoord

zetelwinst v

  1. (politiek) een toename van het zetelaantal van een partij bij (eventuele) verkiezingen
    • De partij staat volgens het laatste opinieonderzoek op een zetelwinstje van slechts twee zetels, in plaats van de twaalf bij de vorige peiling. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie