zet voort

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zet voort
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
voortzetten

zet voort

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van voortzetten
  2. gebiedende wijs van voortzetten


Gangbaarheid