zerpheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zerp·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van zerp met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord zerpheid zerpheden
verkleinwoord zerpheidje zerpheidjes

Zelfstandig naamwoord

zerpheid v

  1. de mate waarin iets zerp (scherp of zuur) is

Gangbaarheid

4 % van de Nederlanders;
29 % van de Vlamingen.