zerp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zerp
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zerp zerper zerpst
verbogen zerpe zerpere zerpste
partitief zerps zerpers -

Bijvoeglijk naamwoord

zerp

  1. grofkorrelig
    • Je zit niet prettig in dit zerpe zand. 
  2. scherp, zuur
    • Hier leest men zerp en zout, en wel gekruyde reden:[1] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Op de Nederlantsche gedichten van de heere Constantyn Huygens, ridder, heer van Zuylichem &c. Jacob Westerbaen
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be