zeppelin

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zep·pe·lin
enkelvoud meervoud
naamwoord zeppelin zeppelins
verkleinwoord zeppelinnetje zeppelinnetjes

Zelfstandig naamwoord

zeppelin m

  1. (verkeer) luchtschip in de lucht gehouden door een groot volume waterstof of helium
    Door de brand van de Hindenburg is de zeppelin in kwade reuk geraakt.
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie