zekerlijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ker·lijk
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

zekerlijk

  1. het uitkomen verzekerend
    • Dat is zekerlijk wat gebeuren zal. 

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.