zekeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van zeker ?? met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zekeren
zekerde
gezekerd
zwak -d volledig

Werkwoord

zekeren

  1. het touw waarmee iemand klimt op een veilige manier vasthouden
    • Als je zekert moet je altijd goed op blijven letten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
83 % van de Vlamingen.