zekere

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ke·re

Bijvoeglijk naamwoord

zekere

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zeker

Werkwoord

vervoeging van
zekeren

zekere

  1. aanvoegende wijs van zekeren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.