zeilweer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeil·weer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeilweer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeilweer o

  1. (meteorologie) (scheepvaart) weersomstandigheden die zich lenen tot het zeilen
    • Het was prachtig zeilweer en we hebben de hele dag genoten. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.