zeggenschap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeg·gen·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeggenschap -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeggenschap v of o

  1. het recht om over iets te beslissen
    • Krijg ik ook nog zeggenschap in deze beslissing? 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie