zegelwet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·gel·wet
enkelvoud meervoud
naamwoord zegelwet zegelwetten
verkleinwoord - -
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

zegelwet v/m

  1. (juridisch) een wet die de verplichting oplegde een zegel te plakken op iedere kwitantie en op deze wijze belangsting te betalen
    • De Nederlandse zegelwet van 1917 is in 1972 afgeschaft. 

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.