zeezijde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·zij·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeezijde zeezijdes
zeezijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zeezijde v / m

  1. aan de zijde van zee.
    • Aan de zeezijde had het huis een luifel. 
Antoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.