zeezeilreis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·zeil·reis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeezeilreis zeezeilreizen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zeezeilreis v/m

  1. (scheepvaart) een reis over zee met een zeilboot
    • Vandaag begint voor ons het werk weer, en dat is het voorbereiden van een zeezeilreis van vijftig dagen met een groep van 39 gasten en 17 bemanningsleden rond Kaap Hoorn van Auckland naar Port Stanley op de Falkland Eilanden. Kaap Hoorn is het zuidelijke uiteinde van het Zuid-Amerikaanse continent, dat ver uitsteekt in het stormachtige zeegebied. Deze kaap lag op de laatste routes waar zeilende vrachtschepen nog exploitabel waren, zoals de graanvaart van Australië en de nitraatvaart van Chili naar Europa. Voor de bark Europa en ook voor mij persoonlijk zal dit de tweede Kaap Hoorn-ronding zijn, de vorige keer was in 2002. [1] 
    • `Ik heb diverse zeezeilreizen gemaakt en had twintig jaar zeilboten samen met mijn ex-man. De laatste boot was een zeeschouw,' zeg ik met een deskundig gezicht. [2] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. NRC 2 november 2013
  2. Zwagerman, Marianne Leven als Jarmund 2014 ISBN 978-90-214-5595-2 pagina206