zeespiegel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·spie·gel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeespiegel zeespiegels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zeespiegel m

  1. de oppervlakte van de zee, het zeeoppervlak
    • "Het KNMI heeft verschillende scenario's geschetst van hoeveel de zeespiegel stijgt. In het meest sombere scenario staat het zeewater aan het eind van deze eeuw twee tot drie meter hoger", zegt gepensioneerd ingenieur van Rijkswaterstaat Frank Spaargaren. En op de vraag of de keringen in onze Deltawerken daarop berekend zijn, "is het antwoord nee", zo zegt hij. [2] 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen