zeepje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zeep·je

Zelfstandig naamwoord

zeepje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zeep

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.