zeekoet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een groep zeekoeten op een rots.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·koet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeekoet zeekoeten
verkleinwoord zeekoetje zeekoetjes

Zelfstandig naamwoord

zeekoet m

  1. (vogels) Uria aalge, een zwartwitte zeevogel uit de familie van de Alcidae
    • De zeekoet wordt vaak slachtoffer van in zee terechtgekomen olie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be