zeehaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zeehaan.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·haan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeehaan zeehanen
verkleinwoord zeehaantje zeehaantjes

Zelfstandig naamwoord

zeehaan m

  1. (vissen) Chelidonichthys lucerna een straalvinnige vis uit de familie van ponen Triglidae
    • We hebben gisteren zeehaan gegeten. 
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be