zeebrak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·brak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeebrak zeebrakken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeebrak o

  1. brak zeewater aan de kust .[1]
    • Hij voer het zeebrak in. 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Zeemans-woordeboek, behelzende een verklaring der woorden, by de scheepvaart en den handel in gebruik en een opgave der algemeene wetsbepalingen, daartoe betrekkelijk,: en der spreekwijzen, daaraan ontleend
    J[akob] van Lennep
    Gebroeders Binger, 1856