Naar inhoud springen

zaten

Uit WikiWoordenboek
  • za·ten
vervoeging van
zitten

zaten

  1. meervoud verleden tijd van zitten
    • Wij zaten. 
    • Jullie zaten. 
    • Zij zaten. 
     Sommigen gingen wat eten en anderen zaten zwijgend voor zich uit te staren.[1]
     Om ons heen zaten bejaarde wandelaars met stokken, rugtassen en zuinige gezichten.[2]
     'Ik weet nog dat we op hem zaten te wachten en dat jij zo boos was omdat hij te laat was.[2]

dezatenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zaat
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord zate
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. 1 2
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471

zaten

  1. trouwens