zat dwars

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zat dwars
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
dwarszitten

zat dwars

  1. enkelvoud verleden tijd van dwarszitten
    • Ik zat dwars. 
    • Jij zat dwars. 
    • Hij, zij, het zat dwars. 


Gangbaarheid