zaranda
Uiterlijk
- za·ran·da
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| zaranda | zarandas |
zaranda v
| vervoeging van |
|---|
| zarandar |
zaranda
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van zarandar
- gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van zarandar
- zaranda in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española