zanten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zan·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zanten
zantte
gezant
zwak -t volledig

Werkwoord

zanten

  1. overgankelijk bijeenrapen, verzamelen
    • Gezelle zantte de, door eeuwenlange verdrukking bijna teloorgegane, woorden samen tot een samenhangend geheel aan taaleigen woorden. 

Gangbaarheid