zanger-gitarist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zan·ger-gi·ta·rist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zanger-gitarist zanger-gitaristen
zangers-gitaristen
verkleinwoord zanger-gitaristje zanger-gitaristjes

Zelfstandig naamwoord

zanger-gitarist m

  1. (muziek) een zanger die zichzelf begeleidt op de gitaar
    • De groep bestaat uit een zanger-gitarist, een slagwerker en een bassist. 

Gangbaarheid