zamel
Uiterlijk
- za·mel
| vervoeging van |
|---|
| zamelen |
zamel
- Het woord zamel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| zamel | le zamel | zamels | les zamels |
zamel m
- (spreektaal) homo, nicht
- «J’suis l’homme, pas l’zamel.»
- Ik ben een man, geen mietje. [1]
- «J’suis l’homme, pas l’zamel.»
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans