zaling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zaling

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ling
enkelvoud meervoud
naamwoord zaling zalings
zalingen
verkleinwoord zalinkje zalinkjes

Zelfstandig naamwoord

zaling m

  1. (scheepvaart) een dwarshout (mogelijk van metaal of kunststof) in de mast dat dient om het staand want te spreiden
    • Het dek kan worden verlicht met een lamp aan de zaling. 
Meroniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.

Meer informatie