zalencircuit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·len·cir·cuit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zalencircuit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zalencircuit o

  1. de wereld van de zaalverhuur en de zalencentra
    • Hij werkt al jaren in het zalencircuit. 

Gangbaarheid