zalencircuit
Uiterlijk
- za·len·cir·cuit
- samenstelling van zaal en circuit met het invoegsel -en-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zalencircuit | - |
| verkleinwoord | - | - |
het zalencircuit o
- de wereld van de zaalverhuur en de zalencentra
- Hij werkt al jaren in het zalencircuit.
- Het woord 'zalencircuit' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.