zakwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakwater -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zakwater o

  1. water dat in muren of andere delen van een gebouw naar beneden zakt
    • Dit zakwater moet afgevoerd worden, anders gaat het voor problemen zorgen. 

Gangbaarheid