zakte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·te

Werkwoord

vervoeging van
zakken

zakte

  1. enkelvoud verleden tijd van zakken
    • Ik zakte. 
    • Jij zakte. 
    • Hij, zij, het zakte.