zakkenwasser

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·ken·was·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakkenwasser zakkenwassers
verkleinwoord zakkenwassertje zakkenwassertjes

Zelfstandig naamwoord

zakkenwasser m

  1. iemand die (juten) zakken schoonwast en weer voor gebruik gereed maakt
    • En toen ik tien jaar was, heb ik zakken gewassen. Ja, ik was een echte zakkenwasser! 
  2. (scheldwoord) (pejoratief) een sullig persoon die alles fout doet
    • Oh, die zakkenwassers! Tja, wat had je anders verwacht. 

Verwijzingen