zakkam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·kam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakkam zakkammen
verkleinwoord zakkammetje zakkammetjes

Zelfstandig naamwoord

zakkam m

  1. een klein formaat haarkam dat men gemakkelijk op zak kan hebben
    • Ik ben m'n zakkammetje weer eens verloren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders
66 % van de Vlamingen.