zakband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zak·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakband zakbanden
verkleinwoord zakbandje zakbandjes

Zelfstandig naamwoord

zakband m

  1. touw of koord waarmee een zak bijeengehaald wordt
    • In de touwslagerij werden onder andere zakbanden vervaardigd. 

Gangbaarheid