zagevent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ge·vent
enkelvoud meervoud
naamwoord zagevent zageventen
verkleinwoord zageventje zageventjes

Zelfstandig naamwoord

zagevent m

  1. (België) iemand die veel klaagt, zeurt of flauwe grappen maakt
    • Wat zijt ge toch een zagevent! 

Gangbaarheid

5 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.