zadelrob

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·del·rob
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zadelrob zadelrobben
verkleinwoord zadelrobje zadelrobjes

Zelfstandig naamwoord

zadelrob m

  1. (zeeroofdieren) Pagophilus groenlandicus, (synoniem Phoca groenlandica) een zeehond, die voornamelijk in de Noordelijke IJszee, rond de Noordpool leeft
    • Het neerknuppelen van de jongen van de zadelrob in Canada heeft veel stof doen opwaaien. 

Meer informatie

Gangbaarheid