zadelpaard
Uiterlijk
- Geluid: zadelpaard (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzadəlˌpart / (3 lettergrepen)
- za·del·paard
- samenstelling van zadel en paard
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zadelpaard | zadelpaarden |
| verkleinwoord | zadelpaardje | zadelpaardjes |
het zadelpaard o
- (paardrijden) een paard dat geschikt is met een zadel bereden te worden
- Een tuig- of trekpaard heeft rechtere schouders dan een zadelpaard.
1. voor rijden geschikt paard
- Het woord zadelpaard staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Paardrijden in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal