zadeldek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·del·dek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zadeldek zadeldekken
verkleinwoord zadeldekje zadeldekjes

Zelfstandig naamwoord

zadeldek o

  1. een meest katoenen dek dat op de rug van een paard gelegd wordt om er een zadel overheen te leggen
    • Zij legde het zadeldek op haar paard. 
  2. een hoes die over het zadel van een rijwiel gedaan wordt
    • Met dat zadeldek zit het toch wat comfortabeler. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid