zachts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zachts

Bijvoeglijk naamwoord

zachts

  1. partitief van de stellende trap van zacht

Bijwoord

zachts

  1. niet moeilijk, gemakkelijk
    • U kunt er zachts heengaan, hoor! 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.