zachtaardigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zacht·aar·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zachtaardigheid zachtaardigheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zachtaardigheid v

  1. de mate van zachtaardig zijn
    • Mijn gehalte aan zachtaardigheid is erg laag. 

Gangbaarheid