zaaizak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaai·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaaizak zaaizakken
verkleinwoord zaaizakje zaaizakjes

Zelfstandig naamwoord

zaaizak m/v

  1. een zak die gebruikt wordt om te zaaien
    • Vroeger zaaide men met een zaaizak rond het middel. 

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.