zaagjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaag·jes

Zelfstandig naamwoord

zaagjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zaag
  2. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord zaagje