zaagdak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een zaagdak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaag·dak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaagdak zaagdaken
verkleinwoord zaagdakje zaagdakjes

Zelfstandig naamwoord

zaagdak o

  1. een dak met een of twee schuine vlakken, waarbij de een korter is dan de ander
    • Het zaagdak van de fabriek zorgde voor een goed verlichte werkvloer. 
Synoniemen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Meer informatie